Huid op huid

Om 8.00 uur was ik klaarwakker. Ik was ’s nachts niet gebeld, en dat was goed. Ik ben zo snel mogelijk gaan douchen en kolven. Toen Vin ook klaar was, gingen we naar Nyva toe. Het opwarmen was al begonnen en het ging goed. Dat was erg geruststellend.

 

Nyva werd er alleen niet wakkerder van, en dat maakte ons nerveus.. We hadden gehoord dat ze na het opwarmen wat meer bij zou komen. De arts legde uit dat het waarschijnlijk kwam door de epilepsiemedicatie die ze de avond ervoor had gekregen. Ze verwachtte dat Nyva rond de middag alerter zou zijn.

 

Er werd ook gesproken over het verwijderen van de beademingstube. Dat zouden ze hoe dan ook gaan proberen; het stond voor de volgende dag op de planning. Het voelde alsof het ineens allemaal ontzettend snel ging. Het liefst had ik gehad dat ze de beademingstube gewoon lieten zitten. Een stap vooruit kon ook een stap richting een slechte uitkomst zijn, en die gedachte liet me niet meer los.

 

Het maakte me niet uit hoe mijn leven er verder uit zou zien. Als ik haar maar bij me kon houden. Met een beademingstube, op de afdeling, hoe dan ook. Ik kon me simpelweg niet voorstellen hoe ik verder moest zonder haar..

 

Tegelijkertijd probeerden Vin en ik op andere momenten realistischer te zijn. Niet omdat we wisten hoe het zou moeten lopen, maar omdat die gedachten zich soms gewoon aandrongen. We spraken dan hardop uit dat wat wij zo graag wilden, misschien niet altijd hetzelfde hoefde te zijn als wat goed voor Nyva zou zijn. Niet als besluit, niet als conclusie, maar als iets wat we voorzichtig onder woorden probeerden te brengen. Omdat we haar geen leven zouden willen toewensen dat vooral uit pijn en strijd zou bestaan.. 

 

Ondertussen was het al na 12.00 uur. We hadden met mijn ouders en mijn zusje geluncht op het Voetenplein en zijn daarna weer naar Nyva gegaan. De verpleegkundigen vertelden dat wanneer Nyva helemaal was opgewarmd, haar koelingspakje uit mocht. Daarna zou ze huid-op-huid bij mij mogen liggen.

 

Eindelijk. Echt vasthouden. Daar had ik al meerdere keren om gevraagd.. Nyva vasthouden zonder kussentje en nestje tussen ons in, maar haar gewoon kunnen knuffelen, tegen mij aan. Het duurde alleen allemaal langer dan ik had verwacht. Pas om 15.30 uur mocht het koelingspakje uit. Ook de apparatuur die bij het koelen hoorde werd de kamer uitgereden. Het was ineens leeg, maar tegelijk ook kalm.

 

Het opwarmen was gelukkig helemaal goed gegaan. De verpleegkundigen en artsen hadden “geen gekke dingen gezien”, wat betekende dat ze geen epileptische aanval had gehad. In mijn ogen maakte dat de aanval van de avond ervoor steeds onwaarschijnlijker. Dat gaf ons veel rust..

 

Ik moest nog wachten tot er drie verpleegkundigen beschikbaar waren om Nyva veilig van de couveuse naar mij toe te verplaatsen. Om 17.00 uur was het eindelijk zover. Ik had ongeduldig gewacht, maar toen ze er eenmaal waren, ging alles zorgvuldig en rustig. Nyva was nog niet wakkerder geworden, maar dat probeerde ik nog even los te laten. De verpleegkundigen maakten alles klaar en zorgden ervoor dat alle slangen goed lagen. Eén van hen hield de beademingstube bij haar neus stevig vast, zodat die niet zou bewegen tijdens het verplaatsen.

 

Ik vond het enorm spannend. Ik was bang dat ze Nyva pijn zouden doen en durfde haar bijna niet vast te houden. De verpleegkundigen stelden me gerust en zeiden dat dit iets was wat ze vaker deden. Na een paar minuten lag Nyva dan eindelijk bij mij, op mijn borst. We konden knuffelen.

 

Er werd een dekentje over ons heen gelegd en ik heb daar een hele tijd zo gezeten. Ik voelde me zó rustig dat ik bijna in slaap viel. Het was een intens gevoel van geluk, zo puur en zo dichtbij, dat het bijna niet te omschrijven is.

 

Ik weet niet meer precies hoe lang Nyva bij mij heeft gelegen, maar wel dat het een hele tijd was. Uiteindelijk legde ik haar weer terug, zodat we konden gaan eten. Toen ik haar van me afhaalde, zag ik dat er een hele plas kwijl op mijn borst lag. De verpleegkundigen glimlachten en zeiden dat dat kwam doordat ze zo lekker bij mij had liggen buidelen.

 

Mijn ouders aten bijna elke avond met ons mee in het RMD. Op de kamer mocht je niet eten of drinken; dat moest in de gezamenlijke keuken. Zelf koken en rustig eten lukte ons nauwelijks. We hadden er de rust niet voor, en eigenlijk ook ook de ruimte niet in ons hoofd.

 

Dus kookten mijn ouders thuis en namen ze alles mee naar het RMD, zodat we samen konden eten. Dat was altijd goed. Vertrouwd. Soms lukte het zelfs om even te lachen. Na het eten liepen mijn ouders meestal met ons mee naar het ziekenhuis. Ze wensten Nyva welterusten en gingen daarna weer naar huis. Zo ontstond er vanzelf iets om naar uit te kijken, een soort routine waar we ons aan vast konden houden.

 

’s Ochtends kwamen Vin zijn ouders vaak koffie met ons drinken na de artsenvisite. ’s Middags lunchten we met mijn ouders. Aan het einde van de middag, wanneer Nyva sliep na haar voeding, gingen Vin en ik zelf even liggen in het RMD. En ’s avonds kwamen mijn ouders weer terug om samen te eten.

 

Mecx was er niet elke dag, maar wel bijna altijd. Ik vond het fijn als ze er was. Dan konden we even kletsen zoals we dat altijd deden, een beetje normaal tussendoor. Ze kreeg ons vaak aan het lachen met de gekke dingen die ze deed.

 

Rond 20.00 uur waren we weer in het ziekenhuis en mocht Vin Nyva vasthouden. Hij genoot daar net zo van als ik. Ook hij werd helemaal ontspannen van het knuffelen en viel uiteindelijk zelfs in slaap. Ik vond het zo mooi om te zien: Nyva samen met haar papa.

 

Tussen al die momenten door bleef er echter iets knagen. Nyva was nog steeds niet echt wakker geworden… Ze lag rustig, maar er kwam weinig reactie van haarzelf. Hoe fijn het knuffelen ook was, die gedachte bleef aanwezig..

 

We zeiden tegen elkaar dat het tijd nodig had. Dat de medicatie nog invloed kon hebben. Dat ze misschien morgen alerter zou zijn. Maar toch bracht het spanning met zich mee. Elke keer dat we bij haar stonden, zochten we naar kleine signalen. Een beweging, een geluidje dat ze misschien zou maken, iets wat zou laten zien dat ze wakkerder werd.

 

Het was geen paniek, maar ook geen echte rust. Het voelde een beetje als wachten met ingehouden adem.